Nog een stukje lezen?

Vooruit dan:

De lucht is van een teer, zoet geurend roze en het land is okergeel. Beneden in de vallei ligt het donkerblauwe stuwmeer, gevormd door de afdamming van de Eufraat honderd kilometer stroomafwaarts. Een flauw briesje beroert haar huid. Ze ademt diep in. Serheng is naast haar komen staan.

‘Is het niet precies zo mooi als ik gezegd heb? Dit is nu ook allemaal van jou’, zegt hij. ‘Zie je de overkant van het meer? Zelfs daar wonen leden van onze clan.’

‘Zo ver weg?’
‘Door de stuwdam zijn we van elkaar afgesneden, maar ja, ook dat is land van de Zuran.’ Hij legt zijn arm om haar middel. ‘Ik had het niet verwacht, maar ik ben echt blij om eindelijk hier te zijn. Ik heb geen haast om naar Istanboel te verhuizen.’
‘Ik ook niet.’ Ze leunt tegen hem aan. ‘Met zo’n omgeving hoef ik bijna niet eens op huwelijksreis.’
Serheng geeft een zoen in haar nek. ‘Dit land is als de stekelstruiken die hier op de berg groeien, zei mijn opa altijd. Hoezeer je ook probeert om alle wortels uit te rukken, er blijft altijd een klein stukje in je hart zitten dat opnieuw begint te groeien. Ik dacht dat de laatsten voor wie dit gold, mijn ouders waren. Dat wij, de jonge garde, vrij waren. Wie kan gaat naar Istanboel. Zo is het hier.’
‘Wij gaan het anders doen.’
‘Dit voorjaar heeft het weinig geregend. De oogsten zijn nog magerder dan gewoonlijk.’ Hij wrijft over zijn voorhoofd. ‘Als we onze gewassen aanpassen aan wat de grond aankan, dan kan er best wat verdiend worden.’ Hij geeft haar een kus. ‘Dan bouwen we ons eigen paradijsje hier.’
‘In het legendarische tweestromenland.’  DSC05918
Met felle witte stralen verschijnt de zon boven de horizon. Emma vouwt haar armen om Serhengs nek. Hij wrijft zijn neus tegen haar wang. Al kussend leidt hij haar naar de badkamer. Het lauwe water van de douche is verfrissend. Hun zepige lijven glijden tegen elkaar aan.Wanneer ze een tijd later loom op het bed liggen wijst hij omhoog naar de zware balken die het plafond ondersteunen. ‘Die stammen uit het huis dat mijn grootvader gebouwd heeft. Het stond hier voor mijn vader dit grotere, moderne huis liet bouwen. Vroeger, voor ik in slaap viel, stelde ik me voor hoe ons land geweest moet zijn toen het nog bedekt was met zulke hoge bomen.’
‘Je vader rekende erop dat je hier zou intrekken.’
‘Inwendig lachte ik hem uit omdat hij deze extra verdieping er op liet bouwen. Ik geloofde niet dat iemand van ons hier zou gaan wonen.’
‘Onder de stekelstruik.’
Hij grijnst. ‘Toen ik klein was, voor we naar Ankara verhuisden, sliep ik met mijn vader en grootvader in de woonkamer. De vrouwen sliepen in de keuken. Ik ook, toen ik nog kleiner was, maar dat weet ik niet meer.’
‘Waar deden je grootouders het dan?’ vraagt Emma. Serheng legt zijn been over het hare. Ze voelt dat hij hard is. Zacht bijt hij in haar borsten, kust dan een spoor naar beneden. Emma houdt hem tegen.
‘En je ouders?’ vraagt ze, ‘hadden die ook geen eigen bed?’
Hij antwoordt niet. Ze voelt zijn lippen op haar buik. Met een tevreden zucht geeft ze zich over.
Emma en Lisa rijden met Selahaddin mee naar Gerger, het stadje waartoe het grote huis officieel behoort, al ligt het er een paar kilometer buiten. Het is nog kleiner dan Kahta. Selahaddin laat er een paardentuig repareren en verdwijnt met de hoefsmid naar diens werkplaats. De twee vriendinnen blijven bij de zadelmaker hangen.
‘Dan zit je hier dus vast in de rimboe’, constateert Lisa wanneer Emma vertelt dat ze voorlopig niet naar Istanboel gaan.
‘Daar heb ik voor gekozen, lieverd. Je lijkt te vergeten dat ik van Serheng hou. En wat had ik dan moeten doen? Nog langer bij mijn ouders blijven wonen om stukje bij beetje afgekraakt te worden tot er helemaal niets van me over zou zijn?’
‘Je had ook bij mij kunnen intrekken tot je werk vond.’
‘Vier van de tien meisjes hier maken hun lagere school niet eens af volgens Unicef. Daar wil ik wat aan doen.’
Lisa krult haar lippen in een sceptisch lachje.
Ze kijken toe terwijl een man van een oud tapijt een zadel aan het maken is, dat hij vult met stro. Emma vangt zijn ingespannen blik in de lens van haar camera. Lisa richt haar telefoon op hem.
DSC05934‘We gaan misschien een paar dagen naar Mardin bij wijze van huwelijksreis. Dat is niet te ver. Als er dan wat gebeurt met mijn schoonvader …’, Emma strijkt met haar hand over de grove borduursels die op de zijkant van een voltooid zadel prijken.
‘Wil je het hebben?’ vraagt de man.
Ze legt haar hand op de borst om te bedanken en stapt het werkplaatsje uit. Ze haakt haar arm in die van haar vriendin. Langzaam slenteren ze door de hoofdstraat die geflankeerd is door lage, gammele gebouwtjes. Mannen, op minuscule krukjes voor de winkels, nemen hen van kop tot teen op.
‘Wat staren die gasten’, zegt Lisa.
‘Emma!’ klinkt Selahaddins stem. Het rijtje mannen bestudeert meteen de stoeptegels. Een paar van hen staan op om Selahaddin de hand te schudden. Onderdanig knikken ze naar de twee vrouwen. ‘Ik ben nog even bezig’, zegt haar schoonbroer. ‘Zal ik jullie alvast terugbrengen?’
‘We vermaken ons wel.’
Terwijl ze verderwandelen kijkt niemand hen nog aan. Bij een baklavatentje zo groot als een postzegel gaan ze naar binnen.
‘Iki porsyon.’ Emma steekt twee vingers op tegen de grijze verkoper. ‘Wat is er hier zo al te zien?’
De man spuugt eens. ‘Niks’, zegt hij somber. ‘Gerger is het einde van de wereld.’
‘Je weet nog steeds zeker dat je wilt blijven?’ vraagt Lisa.
Knikkend neemt Emma een hap van het zoete gebak. Een gedrongen tiener komt binnen en glijdt op het krukje naast haar. Hij opent zijn hand waarin een aantal verweerde munten liggen.
‘You like? Very old. From Nemrut.’
Emma buigt zich over zijn schat, maar de baklavaverkoper jaagt de jongen weg. ‘Allemaal bedrog’, zegt hij tegen Emma. ‘Je zult hier niets van waarde vinden.’
Wanneer ze terug rijden is het grote huis vanuit de verte goed te zien. Het is gebouwd op de top van een flauwe heuvel, aan de voet waarvan kleine, uit geelwit natuursteen opgetrokken huisjes staan als kleuters die zich aan de rok van hun moeder vastklampen. Sommige daken zijn van golfplaat, de andere zijn plat. Achter de huizengroep rijst de heuvel verder tot hij overgaat in steile klippen.
‘Zullen we het laatste stukje lopen?’ stelt Emma voor.
Ze stappen onder aan de heuvel uit. Honden blaffen in de verte, een haan kraait. Ergens ronkt een motor. Het land ruikt naar stof en een zweem van mest. Al snel komen kinderen hen tegemoet gerend. Ze lopen in gescheurde broeken, T-shirts met gerafelde zomen, hun grauwe voetjes in plastic slippers gestoken.
‘Hello! Hello! Emma abla!’ joelen hun stemmetjes. ‘Where are you from?’ Omringd door het gekrakeel bereiken ze de bijeengegooide huisjes.
‘Kijk, daar komen je ouders’, wijst Lisa naar de heuvel. Ze steekt haar hand op en zwaait. Emma’s vader zwaait terug.
‘We zijn hier nog niet geweest’, zegt hij wanneer ze beneden zijn. Samen wandelen ze over de aarden weg het gehucht in. De kinderen dansen om hen heen, langs het verrotte staketsel van een wiegje, kluwens roestig ijzerdraad, een afgedankte tractorband.
‘Wat een armoede’, zegt haar moeder bedrukt.
Haar vader legt zijn hand op Emma’s schouder. ‘Meisje’, zegt hij, ‘als blijkt dat je toch …, nou ja. Je kunt gewoon terug naar huis komen. Dat weet je. Dan vergeten we deze hele gekte van je.’
Ze legt haar hand op de zijne en geeft hem een kneepje. 

Klik hier om het boek te bestellen.

 

Advertisements

I'm curious to hear what you think. Please, leave a comment.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s