Die dekselse Vlaamse nonnen… hebben ze me toch te pakken!

Mijn uitgever maakte me attent op een leuke site, gecreëerd door de Universiteit van Antwerpen. Op Stylene kun je een tekst invoeren die vervolgens geanalyseerd wordt op 372 verschillende eigenschappen. Via een ‘vector’ wordt bepaald op wiens tekstgebruik de ingevoerde schrijfstijl het meeste lijkt.

Dat is natuurlijk een prachtig speeltje voor een auteur. canvas2

Als eerste voerde ik een fragment van het manuscript van “Mijn Lammetje Mijn” in. Mijn schrijfstijl daarin is vrouwelijk en lijkt het allermeeste op die van de Vlaamse kinderboekenschrijver Marc de Bel, die volgens Wikipedia een vlotte stijl, herkenbare spreektaal en een flitsend vertelritme hanteert.

Stylene vindt verder dat mijn stijl nagenoeg net zoveel op die van niemand minder dan Hugo Claus lijkt, ook een Vlaming en de meest bekroonde auteur uit het Nederlandse taalgebied.

Behoorlijk veel gelijkenis vindt Stylene met Saskia de Coster, een jong –alweer Vlaams- talent. “De Costers werk wordt gekenmerkt door een sterke stijl, verrassende beelden, knappe inzichten en indringde verhalen,” aldus Wikipedia.

canvas3Ik ben ijdel, dus ik heb nog een stukje tekst ingevoerd, uit het midden van het manuscript. Daarin lijkt mijn stijl het meeste op die van Gerard Reve, één van de Grote Drie van de naoorlogse Nederlandse schrijvers, van wie ik eerlijk gezegd nooit een groot fan ben geweest -ik moet hem toch weer eens gaan lezen- gevolgd door Herman Brusselmans Hij is een van de meest verguisde Vlaamse schrijvers, zegt Wikipedia, maar ondanks ‘kritiek op de eentonigheid van zijn oeuvre, de schuttingtaal en de platte seksueel getinte uitspraken’ ook een van de best verkochte auteurs. Huh? Ook hier vindt Stylene gelijkenis met Saskia de Coster. Hugo Claus en de Vlaamse Annelies Verbeke staan samen op de vierde plaats.

Goed. Ter controle nog een fragment, het begin van Happy Hour. Interessant genoeg schrijf ik hier niet als een vrouw, maar als een man, zegt Stylene, dat het fragment daarvoor vergelijkt met teksten van 6000 mannen en vrouwen. En mijn stijl lijkt veruit het meeste op die van Remco Campert. Cynisch, ironisch en zeer toegankelijk noemt Wikipedia zijn werk.

Nee, ik kan het niet laten. Ook nog even het einde van Happy hour laten analyseren. Hier ben ik weer een vrouw, zij het maar net. En ik schrijf als Saskia de Coster, op de hielen gevolgd door Gerard Reve.

Goed. De vuurproef. Dit stukje.

Ik ben overduidelijk een man en schrijf als de Vlaming Tom Lanoye, ‘één van de meest gelezen en gelauwerde auteurs van zijn taalgebied (Nederland en Vlaanderen), en kind aan huis bij alle grote Europese theaterfestivals,’ aldus Wikipedia.

Een illuster gezelschap, maar het is me duidelijk dat ik nog wat aan mijn stijl moet werken. Maar ook dat die dekselse Vlaamse nonnen bij wie ik op school heb gezeten ondanks al mijn verzet toch hun stempel op me hebben weten te drukken.

JJJ@Spijker

Advertisements

4 Comments Add yours

  1. Hans Lutz says:

    Quod erat demonstrandum

    1. Hans Lutz says:

      Quod erat demonstrandum

  2. Hans Lutz says:

    Hallo dochter,
    Jij voelt je kennelijk toch gepakt door die dekselse nonnen. Hier hebben velen dat gevoel ook. Maar daar hebben ze een oplossing voor gevonden: tijdens carnaval eet men zich klem aan.. jawel, ‘nonnevodden’. Creatieve oplossing, niet? Wellicht ooit bruikbaar als boek- of verhaaltitel, of als titel van je biografie: “Het nonnevodje 🙂

    Kus

I'm curious to hear what you think. Please, leave a comment.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s